Hij is niet zwaar, hij is mijn broer !

*Mijn zoons zitten samen aan tafel, gebogen over een stapel papier. Ik hoor hoe de één de ander iets geduldig aan het uitleggen is. Ze hebben iets voor elkaar over. Ik word er blij van. *Ik kom thuis met een vracht boodschappen. Er zitten een stel jongens uit de buurt...